Wacht bij de slibgoot
Continentale helling

Wacht bij de slibgoot

Op 910 meter diepte snijdt een steile slibgeul zich als een smal ravijn door het continentale helling, waar zachte grijs-bruine sedimenten bezaaid zijn met verse afschuivingstexturen en fijne erosiegeulen die getuigen van de voortdurende neerwaartse beweging van materiaal onder de kracht van de zwaartekracht. Bij een druk van circa 91 atmosfeer en watertemperaturen rond de 4 à 6 graden Celsius daalt hier organisch detritus — mariene sneeuw, fecale pellets en plantaardig materiaal van bovengelegen wateren — langzaam neer en vormt zo een voedselstroom voor de spaarzame benthosgemeenschap. Een kleine holothuriaan, behorend tot de klasse der zeekomkommers, rust bewegingloos op de sedimentbodem en filtert organische deeltjes uit de waterlaag direct boven het substraat, terwijl glashelder benthopelagische garnalen op fijne poten boven de bodem zweven, hun doorzichtige lichamen nauwelijks zichtbaar in het bijna-zwarte water. Het enige licht is het uitstervende indigofiltraat dat vanuit verre oppervlaktewateren doordringt en de koele puntlichtjes van bioluminescente plankton in de waterkolom, wezentjes die met chemische lichtreacties flikkeren in een duisternis die hier altijd heeft bestaan. Deze geul bestaat in absolute stilte, onbewust van zichzelf, een doorgang voor sediment en organisch leven in een oceaan die zichzelf bewoont zonder getuige.

Other languages