In de schaduwrijke onderlaag van een gematigd kelpwoud, langs de kusten van Californië, strekt een woud van goudbruine stipes zich omhoog naar het wateroppervlak, waar hun luchtzakjes en bladeren een dicht bladerdak vormen dat slechts af en toe wordt doorbroken. Door één lichtende ovale opening in dat bladerdak valt onversneden zonlicht naar binnen — kobaltblauw en turkoois — en tekent zachte godstralen op de met roze corallijnenalgen begroeide rotsen en het kolkende waterlichaam eronder. In de epipelagische zone, op geringe diepte maar al onder een druk die elk lichaam voelbaar omsluit, leven garibaldi's (*Hypsypops rubicundus*), de enige zoetwatervis ter wereld die een territorium actief bewaakt: hun felsinaasappelen kleur, een aanpassing die soortsherkenning bevordert in het relatief heldere kustwater, gloeit haast onwerkelijk tegen de koele schaduw van het woud. Het water zelf is bezaaid met fijn zwevend plankton en organische deeltjes die in het invallende daglicht als microscopische sterren oplichten — de levende grondstof van de voedselketen, gedragen door zwakke stromingen en de fotosynthetische activiteit van het kelp zelf, dat als productief ecosysteem per vierkante meter meer biomassa oplevert dan menig tropisch regenwoud.