In de ondiepte van een tropisch rifkanaal dwingt de oceaan zichzelf samen tot een stroom: helder, blauw, en geladen met leven. Zonlicht valt ongebroken door het wateroppervlak, wordt gebroken door de golvende spiegel en gevangen in caustieken die over koraalkoppen en kalksteenrichels glijden als levende patronen van licht en schaduw. Een schooltje fusiliers — *Caesionidae* — houdt positie in de stroom, elke vis met het hoofd naar het inkomende water gericht, zilveren flanken oplopend in geel, gebruik makend van de hydrologische energie van het passagepunt als een gratis transportband van voedseldeeltjes en zoöplankton. De rifpas functioneert als een biologische pomp: bij vloed transporteert hij voedselrijk oceaanwater het rif op, bij eb spoelt hij warm, zuurstofarm water terug naar open zee — een cyclus die de productiviteit van het gehele rifecosysteem aanstuurt. Op deze ondiepe diepte, waar de druk nauwelijks meer dan twee atmosfeer bedraagt en het licht nog met volle kracht doordringt, bestaat een wereld van zuiver mechanisme en stille overvloed, voortdurend in beweging, volledig zichzelf.