De duiker hangt precies op de grenslijn tussen twee werelden: boven hem schuift een bouwwerk van wit schuim en dieselgrijze deining naar de verre horizon waar een containerschip de horizon doorsnijdt, zijn kiel de oppervlaktefilm openscheurend en nieuwe organische verbindingen vrijlatend in het toch al rijke grensvlak. Aan de onderkant van dat grensvlak, op nauwelijks een halve meter diepte, danst een plafond van parelmoeren bellenrasters en gebroken caustische lichtbanden die elke seconde veranderen doordat golven het zeeoppervlak kneden en breken. De zee-oppervlakte microlayer hier — slechts micrometers dun maar biologisch gezien buitengewoon productief — is verzadigd met transparante exopolymeerdraden, surfactantrijke organische films en een hoge concentratie micro-organismen die de schuimraften stabiliseren door de oppervlaktespanning structureel te verlagen. Kleine baitvis schiet zilver-blauw flitsend langs de convergentieband, aangetrokken door de hoge concentratie zoöplankton en organisch materiaal dat de slick als een lopende band aanvoert, terwijl de intense gasuitwisseling aan dit grensvlak — CO₂ inwaarts, zuurstof en vluchtige organische stoffen uitwaarts — het klimaatsysteem op mondiale schaal mede aanstuurt. De druk verschilt nauwelijks van atmosferisch, maar het geweld van breking, schuim en turbulentie maakt dit onrustige huidje van de oceaan tot een van de meest energetisch geladen en ecologisch actieve zones op aarde.